Voedsel
Solitaire wespen zijn als imago vaak plantenetend, sociale wespen zijn meestal alleseters.
Plantaardig
Wespen leven van nectar, honingdauw van luizen, stuifmeel, plantensap, vruchtvlees en sap van rijpe vruchten (peren, pruimen onder andere), maar ook van vloeibare zoete voedings- en genotmiddelen bestemd voor menselijke consumptie (limonade, stroop en dergelijke). Het stuifmeel wordt meestal niet verzameld. Sommige wespensoorten beschadigen de planten om bij het sap te kunnen komen.
Dierlijk
De eiwitten, die de wespen nodig hebben voor de instandhouding van hun eigen lichaam, maar vooral voor de voeding van de larven, worden verkregen door het vangen en consumeren van andere insecten. Dit zijn vooral allerlei vliegensoorten. Daarnaast worden ook volwassen hooiwagens, cicaden en hun larven, evenals onbehaarde of weinig behaarde rupsen, larven van bladwespen, zaagwespen, honingbijen en spinnen gegeten. Ook vers vlees van kadavers wordt gegeten, wanneer de huid al stuk is. Wespen zijn namelijk niet in staat de huid stuk te bijten. Ook vlees uit prullenbakken en zelfs honden- en kattenvoer wordt naar het nest gebracht.
Wespen zijn belangrijke insectenbestrijders. Zo nam Schmitt in 1921 waar dat 300 - 400 werksters van de Duitse wesp in 6 uur 2500 vliegen van verschillende soorten tezamen met 650 tipuliden (langpootmuggen) en Culiciden (steekmuggen) in hun nest brachten. In een ander geval werden in 104 van de Duitse wespen afgenomen prooien 81 kamervliegen, 5 vleesvliegen, 1 kleine kamervlieg, 1 stalvlieg en 16 andere insectensoorten geteld.
![]() verschillende ontwikkelingsstadia |
LevenscyclusSociale wespen Sociale wespen bestaan uit een volk met meestal één koningin en een aantal werksters. Een volk leeft maar één jaar en sterft aan het begin van de winter zodra het gaat vriezen. Aan het eind van de zomer, in augustus of september, worden er uit onbevruchte eitjes jonge koninginnen en mannetjes geboren. De mannetjes zijn 15 mm lang en hebben langere antennes dan de werksters. Ze sterven vrijwel direct na de paring. Na paring overwinteren de jonge koninginnen in scheuren, vermolmd hout, onder de schors van een boom, onder mos of op andere beschutte plaatsen, zoals in schuren, muurholten, spouwmuren of onder een dak. In het voorjaar bouwt de jonge koningin een nieuw nest. De tamelijk grote wespen (20 mm) die in het vroege voorjaar te zien zijn, zijn dus altijd de jonge koninginnen. Deze koninginnen voeden zich in het begin met nectar, en stuifmeel en indien aanwezig ook honingdauw. Ze bouwt de eerst vijf tot tien cellen zelf en legt daar een bevrucht eitje in. Het sperma dat nodig is voor de bevruchting heeft de jonge koningin vanaf de paring in een aparte opslagplaats meegedragen. Na 7-10 dagen komt de pootloze larve uit het eitje. De larve groeit 1-2 weken en gaat zich dan verpoppen. Vóór het verpoppen spint de larve een papierachtig deksel over de opening van de cel. In deze fase hopen de uitwerpselen zich op in het achterste gedeelte van de darm, die leeggemaakt wordt in de oude larvehuid, als de larve verandert in een zachte witte pop. Na 1-2 weken komt uit de pop de volwassen wesp. De jonge larven worden gevoed met dierlijke prooien, die door de koningin fijngekauwd worden en tot balletjes worden gemaakt. Hieruit komen ongeveer een maand na de bouw van het nest de eerste werksters, die voedsel gaan zoeken en het nest verder uitbouwen. De werksters zijn 10-15 mm lang. De koningin verlaat nu het nest niet meer en legt alleen nog maar eitjes.
|
![]() Sluipwespen zijn allemaal solitair |
Solitaire wespenSolitaire wespen hebben geen nest en leven alleen, ze kennen geen koningin en er vindt een paring plaats tussen een mannetje en een vrouwtje waarna de eitjes worden afgezet. Nadat de eitjes zijn ontwikkeld worden deze vaak een voor een in andere soorten organismen gelegd, meestal planten of insecten, maar ook in slakken, wormen en andere ongewervelden. Er zijn ook sluipwespen die op andere wespen leven, en een aantal soorten jaagt specifiek op spinnen. De meest tot de verbeelding sprekende soorten komen uit het geslacht Pepsis; deze maken jacht op vogelspinnen. Deze worden ingegraven en de larven eten eerst de lichaamssappen, later pas de vitale organen zodat de spin zo lang mogelijk in leven blijft, en dus vers blijft. De meeste soorten sluipwespen eten van plantensappen als nectar, de vrouwtjes echter hebben voor de ontwikkeling van de eitjes vaak extra proteïnen nodig. Daarom worden soms ook wel andere insecten opgegeten. De larven van wespen die binnen in een nestkamer, insect of plant leven hebben een wit, made-achtig voorkomen. Larven die aan de buitenzijde van planten leven zien er uit als rupsen of bij sommige soorten als kleine naaktslakjes. |
![]() Uitgestoken angel van de Gewone wesp |
Wespensteken Wespen kunnen steken. Met wespen moet daarom enigszins voorzichtig omgegaan worden, dit in tegenstelling tot hommels. Hommels proberen weg te vluchten, tenzij men ze dreigt te pletten, maar wespen kunnen, vooral als hun nest wordt verstoord, agressief worden en achtervolgen een verstoorder om deze liefst meerdere keren te steken. Wespen hebben geen weerhaakjes aan de angel en kunnen telkens opnieuw steken. Een steek van een plooivleugelwesp is een aantal uren tot zelfs een paar dagen flink pijnlijk, en gaat vaak gepaard met een fikse zwelling ter plaatse, soms ook van een hele arm. Dit zijn directe toxische effecten; van echte allergische reacties is pas sprake als er ook niet-lokale symptomen zijn als misselijkheid, flauw worden, of jeukbulten of uitslag over het hele lijf. Zie ook insectensteek. Bij een echte allergie voor wespensteken kan gebruik gemaakt worden van een zogenaamde EpiPen. Met deze pen kan adrenaline als onderhuidse (intra-musculaire) injectie toegediend worden. Adrenaline voorkomt een allergische reactie niet, maar zorgt er voor dat de gevolgen van de allergische reactie beperkt blijven. Verstrekking van een dergelijke pen dient alleen te gebeuren bij een aangetoonde gegeneraliseerde allergische reactie. Gebruik zonder noodzaak is niet geheel zonder gevaar, vooral bij mensen met hartproblemen. |
Bestrijding
De eerste vraag moet luiden: is bestrijding wel nodig? Wespen zijn in het algemeen namelijk nuttige dieren, maar hun aanwezigheid dicht bij mensen kan wel eens ongewenst zijn. Het dichtstoppen van de uitvliegopening(en) van een nest heeft geen zin, omdat de wespen net zolang zullen zoeken of knagen tot ze een andere uitgang hebben gevonden of gemaakt. Soms werkt het zelfs averechts omdat de wespen op deze manier in grote aantallen ook binnen een gebouw terecht kunnen komen.
Wespen kunnen worden bestreden
door de uitvliegopening van een nest te bestuiven met een
poedervormig bestrijdingsmiddel. Dit middel wordt dan aan het
lijf en de poten van de wespen het nest binnengebracht. Hierdoor
sterven de larven en komt het volk in de problemen, of de
koningin sterft waarna het gedaan is met het volk.
Voor informatie en of bestrijding klik hier.







