
Uiterlijk
Een volwassen huisboktor is
1.2 tot 3cm lang, bruinzwart en heeft 2 grijsachtige
vlekken. De larve heeft een lengte tot
3 cm, is geelachtig wit en heeft goed ontwikkelde kaken. De vrouwtjes hebben een lange
legboor die onder hun dekschilden uitsteekt.
Ontwikkeling
Volledige gedaante
verwisseling. Ontwikkelingsduur van ei tot
volwassen huisboktor: 32
tot 12 jaar. Eistadium: 1 tot 2 weken,
larvalestadium 4 tot 5 jaar (soms 11 jaar), popstadium 2 tot
4 weken, imagostadium 3 tot 4 weken. In juni t/m september komen de
kevers uit het hout om te gaan paren, waarna het vrouwtje ca. 200 eitjes legt. Een temperatuur van 25 graden
C en hoger en een hoge relatieve luchtvochtigheid is gunstig
voor de ontwikkeling van de huisboktorlarve.
Leefwijze
De uit de eitjes komende
larven boren zich ter plaatse in het hout en maken daarin
boorgangen, die geheel met boormeel gevuld worden en een
ovale doorsnede hebben. Het houtoppervlak is vaak
rimpelig als gevolg van de druk uit de boorgangen op het
dunne fineerlaagje dat nog intact gebleven is. In de regel
wordt de toekomstige uitgang naar buiten als voor de
verpopping uitgeknaagd. Er blijft slechts een zeer dun
laagje hout aanwezig, waardoor de kever later een
uitvliegopening knaagt. De uitvliegopening is ovaal,
lengte 6 tot 9mm, gewoonlijk met een gerafelde rand.
Het boormeel vertoont cilindrische
deeltjes en heeft daardoor een unieke structuur: korte
ronde stafjes met grof poeder.
Schade
Huisboktorren tasten vaak
dakconstructies aan. Dikke, dragende balken kunnen in
enkele jaren nagenoeg geheel worden verpulverd; bij grenen wordt
alleen het spinhout aangetast. Bij vuren wordt ook het kernhout
aangetast.
Wering/preventie
Loofhout of verduurzaam naaldhout
toepassen. Naaldhout voor verwerking
controleren op aanwezigheid van de huisboktor.
Bij toepassing van naaldhout dit
zorgvuldig schilderen of lakken zodat er geen eitjes op het
houtoppervlak gelegd kunnen worden.